`

Archive for the ‘Films’ Category

Teenage Dirtbag Baby!

April 14th, 2006

Hoi Hoi Hoi!

Ik weet niet wat het is, maar ik ben de laatste tijd bijzonder vrolijk en goedgemutst.
Marie en Peter brengen via elektronische weg trouw bericht uit het verre, nog steeds mythische, New York uit en elke dag lijken ze enthousiastere verhalen te vertellen.
Ik ben samen met een oude wijze, zeer gerespecteerde man, genre Merlijn de Tovenaar (beter bekend als “den Bompa”, maar dat klinkt zo Pfaffs) in charge van het huishouden. Dat wil dus zeggen dat alles volgens een strak schema verloopt: Rond tien uur eens rustig uit mijn bed komen, eens dag zeggen tegen Bompa, die al vroeger dan menselijk mogelijk is, opgestaan is, en dan samen richting bakker, om even later aan een ontbijt rond de middag te beginnen, meer vakantie dan dat wordt het niet.
Als dit op een of andere manier sarcastisch klonk: dat is het niet, ik ben bijzonder blij dat ik mijn grootvader deze hele week eens in huis heb, in oude mensen schuilt veel wijsheid, en mijn oude mens is bijzonder snedig op de koop toe.
Gelukkig kan ik, onder het mom van een fotografieopdracht, ook eens ontsnappen aan dit moordende tempo. Mijn reisweg leidde me langs 3 treinen, 5 keer overstappen, 3 busritten, en 250 foto’s op de geheugenkaart van mijn Canon PowerShot G5.
Even terzijde: fotograferen is geweldig fijn: na deze trip ben ik ook nog met mijn neefje richting zwembad getrokken, vergezeld van bovengenoemde camera, en mijn trouwe, steeds wankeler wordende statief, om een duik in het zwembad vast te gaan leggen. Ooit schaf ik me, na een vakantiejob een Canon EOS 5D digitale reflex aan, en spring ik richting oorlogsgebied, om plaatjes te gaan schieten, al ben ik van dat laatste nog niet zo zeker, maar kerels van 18 mogen dromen. Moeten.
Aan deze helse trip kwam abrupt een einde, want in Leuven Cité kwam ik als een donderslag bij heldere hemel (én met krulletjes) een bijzonder fijn meisje tegen, die zo vriendelijk was u nederige dienaar der letteren onderdak voor de nacht te verlenen.
Een niet zo verkwikkende nachtrust later, de zetel is namelijk hard, vrolijk huppelend Leuven ingetrokken. U kent dat wel, de wereldvermaarde studentenstad die op dat moment, de heugelijke morgen van 12 April, baadde in een klein beetje zonlicht, net genoeg om alleen in een T-shirt en vest rond te lopen.
Mijn, overigens geweldige, gids besloot om niet langs de standaard route naar het station te wandelen, en zo kwamen we een hoogst sympathiek boekenwinkeltje tegen, waar ik maar meteen de cd-afdeling indook (Wonderen op zilveren schijfjes, weet u wel…).
Zulke dingen lopen doorgaans slecht af, want een uur of wat later kwam ik buiten met een cd van Wheatus, die toepasselijk “Wheatus” getiteld was. Op de koop toe pikte ik dit kleinood voor de schappelijke prijs van 5 euro op de kop (inderdaad, beste lezertjes, zoveel koste de single van “Teenage Dirtbag” 6 jaar geleden.).
Nog een nota van uw nederige dienaar: had een zeker Liesbeth, de wulpse muze die aan de basis ligt voor deze blog, destijds die single niet? De blauwe sportwagen uit de clip stond op de hoes, so i remember…
Ik zal toch steeds een zwak blijven hebben voor zo’n (op het eerste zicht) onbezorgde pop/rock met een hoog ik-wordt-nooit-ouder-dan-17-jaar-gehalte. De gitaren doen wat aan het hyperkinetische werk van Blink-182 denken, maar de redelijk schelle, en daarom unieke stem van Brendan Brown en zijn persoonlijke teksten, onderscheiden deze plaat van het andere werk uit hetzelfde genre. In mijn ogen, en daarom zullen veel mensen mij zeer vreemd aankijken, is deze plaat een absoluut pop-rockpareltje, doe ermee wat je wilt, maar ik zou ze toch op zijn minst eens downloaden, misschien bent u aangenaam verrast.
Later op de dag pikte ik ook nog twee van mijn favoriete films eindelijk op DVD op: Donnie Darko en Big Fish, beiden absoluut meesterlijke films die, als u ze nog niet gezien hebt, ervoor zullen zorgen dat u binnen de 7 dagen sterft als u het niet doet.
Over Donnie Darko heb ik al eens wat geschreven, laten we het deze keer houden op: de coolste teenage superhero ooit.
Big Fish is een prachtig sprookje over het geweldige leven van Edward Bloom, bevolkt met feeërieke personages, ongelofelijke locaties, en zo een ontroerend einde, dat ik tijdens de (overigens ook geweldige) aftitelingsong in tranen uitbarstte, of toch een klein beetje.
En zo vestigde Big Fish het unieke record om mij als enige film ooit aan het janken te hebben gebracht (sinds ik de Pampers ben ontgroeid natuurlijk, want Bimbo, excuseer, Bambi was ook heel triest.)

In other news: Tickets voor Werchter zitten in de pipeline: Teenage Wasteland, here I come!

X
Jim Out

[Slashdot] [Digg] [Reddit] [del.icio.us] [Facebook] [Technorati] [Google] [StumbleUpon]

Summer ’s Here, Of Toch Bijna

April 3rd, 2006

Hey Fans,

Hoera, er begint schot in de zaak te komen, de zon komt van tijd tot tijd eens door de wolken piepen, al dan niet op een nogal indrukwekkende manier, om aan te kondigen dat de zomer eraan komt.
Het begon ook wel eens stilaan tijd te worden, een half jaar koude is meer dan genoeg. Het bloed in mijn aderen was ongeveer even dik geworden als rijstpap, mijn kop even duf als een kussen in een bejaardentehuis.

Soms betrap ik mezelf erop dat ik nu al luidop droom over tentjes, gamellen, bonen in tomatensaus en de Italiaanse schotel van Zwan, op de wei van Pukkelpop, in de stralende zon, hopelijk na Werchter.

Het is vakantie, ik probeer hem dan ook zo zinnig mogelijk te vullen. Maximum 9 uur in mijn bed liggen, huiswerk maken, en goede films kijken.

First on my list was “Fight Club“, een film die op een respectabele 32ste plaats in de top 250 van de “Internet Movie Database”.

Fight Club is een slimme film, in de manier waarop hij gefilmd is, het verhaal, de ideeën die erachter zitten, en de plotwending (het is er eigenlijk maar één) in het verhaal. Dat, én het feit dat er op de aftiteling “Where Is My Mind” van de Pixies speelt, maakt het een film die al de 9/10-en en de 9.5/10-en best wel begrijpelijk maakt.

Edward Norton schittert trouwens even hard zoals hij dat al in “The People Versus Larry Flynt” en “American History X” deed, amen.

De hoofdrolspeler die in “The People Versus Larry Flynt” de hoofdrol speelt, doet dat ook in “Natural Born Killers“, een film van Oliver Stone, die ik deze morgen gezien heb.

Met een verhaal van Quentin Tarantino, en een titel die klinkt als een album van Iron Maiden, kan je al met je ellebogen aanvoelen wat voor een film dit wordt: een rollercoaster propvol krankzinnig geweld. Wel, dat was het ook, en het was best wel een goede film, met een sterke opgestoken middelvinger naar de Amerikaanse media, die alles opblazen, zolang het maar verkoopt. Ook qua filmtechniek was deze film, met z’n 18 verschillende filmtypes en 2500 “cuts” (fyi, de gemiddelde speelfilm heeft er 600) best wel interessant.

Buiten al dit Hollywood-geweld-met-een-kantje-aan heb ik ook nog “PI” gekeken, het langspeeldebuut van Darren Aronofsky, de man die u allemaal kent, of zou moeten kennen van “Requim For A Dream“, zijn als een MTV-clip geregisseerde film over een bende twintigers die vluchten in de drugs, op zoek naar hoop en liefde, en er uiteindelijk allemaal op de meest gruwelijke wijzen aan ten onder gaan…

Pi, de film die verplichte kost zou moeten zijn voor alle burgerlijk ingenieurs en wiskundigen, of misschien net niet, verteld het verhaal van een wiskundig genie, die op zoek gaat naar de oplossing van alles, en hij hoopt die te vinden in een cijfer.
Net zoals de personages uit “Requim For A Dream” gaat hij ten onder aan zijn vlucht uit de werkelijkheid, alleen loop deze film, na een hoop surrealistische gebeurtenissen goed af.

Mocht u van trivia houden: de film kostte slechts 60.00 dollar, de hele set bestaat uit dingen die aan elkaar gelijmd zijn, op alle buitenlokaties werd illegaal gefilmd, en het brein is echt.

Om deze filmopsomming af te ronden: “Walk The Line” heb ik nog net meegepikt in de cinema. Joaquin Phoenix verdient mijn eeuwige respect met zijn meesterlijke vertolking van The Man In Black. In deze film zie je heel sterk de standaard clichés van elk verhaal terug (in de professionele omgeving of door enthousiastelingen ook wel eens “The Hero’s Journey” genoemd), maar dat mag de pret niet drukken.
Cash is geweldig, de muziek en de cinematografie is meesterlijk, en het optreden in de gevangenis is onvergetelijk, om van June Cater nog maar te zwijgen.

In other news:

Peter en Marie vertrekken volgende zaterdag voor een week naar New York, ik ben echt jaloers op die twee snoodaards, maar zolang ze maar een Spiderman-Tshirt of een ander dergelijk kleinood, in combinatie met de paasklokken, ben ik al lang tevreden.

X
Jim Out

[Slashdot] [Digg] [Reddit] [del.icio.us] [Facebook] [Technorati] [Google] [StumbleUpon]

The Good Things In Life

March 9th, 2006

Hey Kiddo’s,
Als iedereen na die laatste post denkt dat ik volledig ben ingestort, dan hebt u het fout.
I’m doin’ just fine.
Om dat dus te bewijzen vandaag een post over de fijne dingen in het leven.

Op een glorierijke eerste plaats (wegens net ontdekt):
Cappuccino, met chocoladesmaak van Nescafé.
(voor de diehard koffiefanaten onder jullie: dat heet Wiener melangé).
Meesterlijk concept: heet water, magisch zakje, je kapt, je roert, en BAM! geweldige koffie mét schuimlaag in 2 minuten.
Beat that, oude versleten koffiemachine!
Nuja, er gaat natuurlijk niks boven échte espresso, die recht uit echte bonen in mijn tas loopt, afkomstig uit het koffiemachine van bij ons thuis, maar tot het weekend weer daar is, is dit een meesterlijke oplossing..

Op een gedeelde tweede plaats:
Het uitspelen van Metal Gear Solid 3 en ICO, het kijken van Donnie Darko, en drie dagen Shadow of the Colossus huren.

Metal Gear Solid 3: Snake Eater is, zoals verwacht, alweer een meesterlijk meesterwerk, de beste uit de reeks, net zoals deel 1 én 2 ook de beste uit de reeks waren.
Ik vraag me af hoelang Kojima deze krankzinnige kwaliteit kan volhouden, hoelang hij zich nog gaat kunnen overtreffen, maar als ik naar Metal Gear Solid 3 kijk, mag hij voor mij zeker nummer 4 ook nog gaan maken. Ik koop er een Playstation 3 voor, als ik ergens nog geld teveel vind.
De extended version van Metal Gear Solid 3, met de subtitel “Subsistence” is trouwens veelbelovend als hell: allerlei nieuwe features, perfectioneringen, Metal Gear 1 én 2 op de disc én een online multiplayer mode: i allmost cream my pants…

ICO, en zijn opvolger Shadow of the Colossus zijn allebei even fantastisch.
Over ICO heb ik al verteld, en Shadow of the Colossus is in geen enkel opzicht minder meesterlijk.
Weidse uitgestrekte landschappen, zonder ergens een laadtijd (erg belangrijk, die trekken je uit de sfeer), volledig desolate eenzaamheid, op je trouwe paard na.
Je trekt in dit vervloekte land (dat daarom niet minder prachtig is) rond, op zoek naar de colossusen: enorme (écht enorm, groter dan om het even welke eindbaas in een spel) stenen monsters die je moet beklimmen om hun zwakke plek te vinden.
Elke colossus heeft een andere aanpak nodig, ziet er anders uit, is een andere puzzel.
Heb je ze alle 16 verslagen, dan kan je je geliefde weer tot leven brengen, en ongetwijfeld zelf ten onder gaan aan een vreselijk lot, zo gaat het immers altijd.
De sfeer is al even bevreemden magisch als in ICO, en het gebrek aan dialoog is alleen maar een pluspunt.
Dit spel verdient eigenlijk langere bespreking, of misschien best helemaal geen, zo kan je het helemaal in je eentje ontdekken, maar neem maar van mij aan dat het één van de beste games is die het Playstation 2-platform in zijn hele leven heeft gezien.
En dan niet zomaar goed in zijn genre, gewoon geweldig over de hele lijn, en niet alleen voor “gamers”, want die kijken niet verder dan hun neus lang is, maar voor iedereen die van mooie avonture houdt, of ze nu in een boek staan, op een film te zien zijn, of mee te maken zijn op een Playstation 2.

Donnie Darko, what’s that for a name, like you’re some kind of superhero or somethin’?”
“What makes you think I’m not?”
Het is het vreemde verhaal, over een vreemde jongen in een doodnormale (lees: vreemde) suburb van een niet nader bepaalde stad in Amerika.
Da’s natuurlijk (een van de vele) boodschappen in de film, Donnie Darko is de “vreemde”, en de rest normaal, terwijl het natuurlijk net omgekeerd is.

Ik weet het niet wat het is met die film, maar ik vind hem gewoon héél mooi en fijn om te kijken.
Het verhaal van een jongen die in contact komt met een monsterlijk konijn dat hij zelf heeft neergeschoten in een alternatief universum en dat nu teruggereisd is in de tijd, om hem te helpen om de wereld te redden, mag dan wel niet zo gezellig lijken, volgens mijn buikgevoel zat alles toch wel héél ok met deze film, misschien omdat Donnie de sympathiekste onbegrepen tiener ooit in een film is, én hij super-powers heeft.

Liefs, bij deze ga ik mijn rugzakje maken, en alles fixen om morgen terug naar my hometown te trekken…

(en, net binnen: stressen over een, help!, referentietoets van al mijn vakken binnen, help²!, 5 dagen…)

Update: Tevens ook helemaal geweldig: Het verzamelde werk van Anton Corbijn in “Star Track”

X
Jim

[Slashdot] [Digg] [Reddit] [del.icio.us] [Facebook] [Technorati] [Google] [StumbleUpon]

Jarhead

February 12th, 2006

Net Jarhead gaan kijken, en ik heb er een bespreking over geschreven.
Origineel voor m’n leerkracht AV (Audiovisuele Technieken: Scenario) bedoeld, maar ook geschikt om hier te zetten…
Happy Readin’
X
JimJarhead
“Welcome to the suck”

Directed by
Sam Mendes (u bekend van American Beauty)
Writing credits
William Broyles Jr. (screenplay)
Anthony Swofford (book)

Jarhead is het verhaal van Anthony Swofford of, zoals z’n kameraden in het korps hem noemen, Swoff.
De film begint kurkdroog: we zien hoe Swoff van het vliegtuig stapt, en terecht komt bij het U.S. Marine Korps.
Enkele minuten en een hele hoop afranselingen van zijn drilinstructeur later in de film heeft hij al lang door dat bij het leger gaan geen goed idee was. We krijgen echter ook te zien dat hij nergens anders naartoe kon. Moeder en dochter zijn gek, of op z’n minst zwaar labiel, en zijn vader gaat tenonder aan de geestelijke wonden die hij uit de Vietnam-oorlog meebracht. We maken ook nog kennis met zijn highschool-liefje, waarmee het dik aan is.
Deze mensen en gebeurtenissen, die heel snel in het begin van de film uiteengezet worden, bepalen volgens mij ook de later acties en gedragingen van Swoff: in tegenstelling tot zijn strijdmakkers bijt hij op zijn tanden om niet overwonnen te worden door de waanzin van een oorlog, omdat hij heeft gezien hoe de Vietnam-oorlog zijn vader heeft verminkt. Verder zien we ook nog hoe hij verscheurd wordt door de (natuurlijk terechte) gedachte dat zijn liefje wel eens een andere vriend zou kunnen gezocht hebben tijdens zijn diensttijd.
Ondertussen gaat de opleiding verder. Alle (stereotiepe) mishandelingen van zijn oversten ten spijt, wordt Swoff opgeleid tot sniper in een elite-afdeling van de marines. De overige leden van deze unit zullen de rest van de film aan Swoffs zijde “vechten”.
Dan volgt de eerste belangrijke scène, een plotpoint. Eigenlijk volgt het plotpoint na deze scène, maar ik vond ze het vermelden waard, temeer omdat het volgens mij een hommage is aan Stanley Kubrick’s Full Metal Jacket.
We zien de marines tijdens alweer een andere trainingsopdracht. Hun commandant roept hen allerlei bevelen toe, terwijl zij door de modder moeten kruipen, onder prikkeldraad, zonder hun wapen nat te maken. Om het geheel nog wat interessanter te maken is er een andere marine, die naast de commandant staat, en met een zwaar machinegeweer een beetje “live rounds” boven de hoofden van de marines leegschiet.
Net zoals in Full Metal Jacket slaat er ook een marine door, hij wil niet doorkruipen, hij stort in. Helemaal in paniek wil de man rechtspringen, maar nog voor hij halverwege is, krijgt hij een kogel door zijn kop.
Vlak hierna worden Swoff en zijn teammates samen met een hele hoop andere militairen naar het middeloosten gestuurd om te gaan vechten in “Operation Desert Storm”, vandaar dat ik deze scène als een plotpoint bestempel, ze kondigt het begin van de verdere “suck” (kloterij) aan.
Vanaf dan geeft Jarhead je een heel ander beeld van oorlog dan dat je van de meeste films gewend bent. Als ik een genre zou moeten geven voor deze film, dan zeg ik zo oorlogsfilm, want het is een film die over oorlog gaat, maar niet in de klassieke zin van het woord.
Iemand noemde deze film de Full Metal Jacket van deze generatie, en daar ben ik het mee eens, in de zin dat hij zowel de positieve kanten van de oorlog geef (dat zijn er heel weinig, op misschien een soort rush na), maar ook onverbloemd de negatieve. Er is echter ook een belangrijk verschil met Full Metal Jacket , en dat is dat deze film over waargebeurde feiten gaat, dat het het verhaal is van een echt persoon, die zijn gedachten en belevenissen opschreef. Die belevenissen spelen zich trouwens ook af in een andere tijd, op een andere plaats, en met andere technologie.
Terug naar het genre, en misschien ook het verhaal van deze film. Het is een film over oorlog, maar we zien de personages nooit vechten tegen menselijke vijanden.
De vijanden van Swoff en zijn kameraden zijn de hitte en de onmenselijke omstandigheden. Ze moeten uren door de woestijn sloffen, op zoek naar vijanden die er niet zijn, of ze moeten brandende olieputten uitdoven, die de Irakezen in brand hebben gestoken.
Even terzijde: deze scenes met de brandende olieputten zijn echt magnifiek. Enorme brandende vuurpluimen braken inktzwarte wolken uit, en lijken wel het einde van de wereld aan te kondigen.
Swoff prevelt nog net “the earth is bleeding” voordat hun team op deze brandende olieputten af wandelt, terwijl de olie uit de hemel regent. Deze (meesterlijke) scenes deden me trouwens denken aan de scenes met Kolonel Kurtz in Apocalypse Now, of het napalmbombardement uit diezelfde film, die op dezelfde manier de hel die een oorlog is uitdrukken.
Swoff en zijn kornuiten moeten ook vechten tegen paranoia en onrust, de vijand is dan wel niet te zien, hij zit mogelijk wel achter de duin achter de horizon.
Maar ook onrust over vrouwen en meisjes, die natuurlijk na de (veel langer dan verwachte dienstijd van hun mannen) allang aan het vreemdgaan slaan.
Zo sleept (slepen is niet negatief bedoeld hier) de film zich verder, en het enige “dramatische doel” dat iedereen in deze oorlog lijkt te hebben is: “Don’t go crazy”.
Iedereen in het team heeft zijn eigen soort tragedie.
Swoff wordt verscheurd door het feit dat hij z’n vriendin kwijt is, en hij wil gewoon zo snel mogelijk weer weg uit de shit.
Fergus, een standaard “nerd” die nog bij zijn moeder, vader en grootouders thuis woonde trekt zich in zichzelf terug, en luistert naar kersttapes, die zijn oma hem toestuurt.
Dan is er nog Troy, de “spotter” van Swoff, die eigenlijk als enige van het team wél wil vechten. Zijn tragedie schuilt in het feit dat hij eigenlijk een veroordeeld crimineel is, en daarover heeft gezwegen op zijn solicitatie. Hij wordt dan ook (hoewel hij de enige is die niet weg wil uit het leger) ontslagen bij het einde van operation Desert Storm.
De grootste vijand van alle marines is echter de verveling. In operation Desert Storm betekenen marines niks. Zoals een soldaat het in deze film zegt: “This war moves tof ast for us”. Deze oorlog werd uitgevochten met satelliet-images, carpetbombing, en langeafstandsraketten. In tegenstelling tot wat CNN en anderen het Amerikaanse volk proberen wijs te maken, is er voor de marines geen zak te doen, buiten zich rot vervelen, en in het beste geval als kanonnenvoer te dienen.
De romantische “heroiciteit” van de elite-mariniers (“What’s the most deadliest weapon in the world?, A marine and his rifle”) is in geen velden of wegen te bekennen.
Naast niet gek worden vecht iedereen dus tegen de verveling, en Swoff vat zijn activiteiten meesterlijk samen:

“For most problems the Marine is issued a solution. If ill, go to sickbay. If wounded, call a Corpsman. If dead, report to graves registration. If losing his mind, however, no standard solution exists.
Suggested techniques for the marine to use in the avoidance of boredom and loneliness. Masturbation. Re-reading of letters from unfaithful wives and girlfriends. Cleaning your rifle. Further masturbation. Re-wiring Walkman. Arguing about religion and meaning of life. Discussing in detail, every woman the marine has ever fucked. Debating differences, such as Cuban VS Mexican, Harlys VS Hondas, left VS right-handed masturbation. Further cleaning of rifle. Studying the mail-order bride catalogue. Further masturbation. Planning a marine’s first meal on return home. Imagining what a marine’s girlfriend and her man Jody are doing in the ally or in a hotel bed.”

Waneer de film dan eindelijk tegen zijn einde loopt, lijken Swoff en Troy dan toch eindelijk een missie te krijgen die hun elite-status waard is.
Ze moeten een hooggeplaatste oficier een kogel door de kop jagen.
Ze sjokken een dag door de woestijn, en wachten dan nog eens 10 uur voordat ze eindelijk de man in hun vizier krijgen, en in één schot de helden van hun platoon kunnen worden.
Dan valt er echter ineens een luchtmachtcommandant binnen die de hele toren met een squadron carpet-bombers de vernieling injaagt.
Zowel Swoff als Troy slaan volledig door, deze scène is tegelijk de climax en anticlimax van de film.
Climax in de zin van de waanzin die ten top gedreven wordt, een anticlimax in de zin dat we, samen met Swoff en Troy nog altijd niet de “rush”, de “romantiek” (verkeerd woord, je sais) van de oorlog hebben meegemaakt.

Troy en Swoff trekken daarna te voet (ze misten hun pickup) terug naar het base-kamp, waar op dat moment een enorm beestig feest aan de gang is, men viert het einde van de oorlog, of hij nu gewonnen of verloren, nuttig of overbodig was, wordt in het midden gelaten.
Het maakt niet uit, hij is gedaan, en dat is al wat telt voor de marines.

In de laatste minuten zie je nog enkele zeer korte shots van het leven na deze oorlog, maar het belangrijkste is de premisse, die Swoff ook al uitsprak aan het begin van de film, maar die je als kijker alleen maar snapt na het kijken van de film.

Whatever else he may do with his life-build a house, love a woman, change his son’s diaper-he will always be a jarhead. And all the jarheads killing and dying, they will always be me. We are still in the desert.

Of: De waanzin van om het even welke oorlog leidt altijd tot persoonlijke waanzien voor iedereen die er aan deelnam….

Al bij al een geweldige aanrader, misschien is het inderdaad de film die de titel “Full Metal Jacket van zijn generatie” verdient…

[Slashdot] [Digg] [Reddit] [del.icio.us] [Facebook] [Technorati] [Google] [StumbleUpon]