Jarhead
February 12th, 2006Net Jarhead gaan kijken, en ik heb er een bespreking over geschreven.
Origineel voor m’n leerkracht AV (Audiovisuele Technieken: Scenario) bedoeld, maar ook geschikt om hier te zetten…
Happy Readin’
X
JimJarhead
“Welcome to the suck”
Directed by
Sam Mendes (u bekend van American Beauty)
Writing credits
William Broyles Jr. (screenplay)
Anthony Swofford (book)
Jarhead is het verhaal van Anthony Swofford of, zoals z’n kameraden in het korps hem noemen, Swoff.
De film begint kurkdroog: we zien hoe Swoff van het vliegtuig stapt, en terecht komt bij het U.S. Marine Korps.
Enkele minuten en een hele hoop afranselingen van zijn drilinstructeur later in de film heeft hij al lang door dat bij het leger gaan geen goed idee was. We krijgen echter ook te zien dat hij nergens anders naartoe kon. Moeder en dochter zijn gek, of op z’n minst zwaar labiel, en zijn vader gaat tenonder aan de geestelijke wonden die hij uit de Vietnam-oorlog meebracht. We maken ook nog kennis met zijn highschool-liefje, waarmee het dik aan is.
Deze mensen en gebeurtenissen, die heel snel in het begin van de film uiteengezet worden, bepalen volgens mij ook de later acties en gedragingen van Swoff: in tegenstelling tot zijn strijdmakkers bijt hij op zijn tanden om niet overwonnen te worden door de waanzin van een oorlog, omdat hij heeft gezien hoe de Vietnam-oorlog zijn vader heeft verminkt. Verder zien we ook nog hoe hij verscheurd wordt door de (natuurlijk terechte) gedachte dat zijn liefje wel eens een andere vriend zou kunnen gezocht hebben tijdens zijn diensttijd.
Ondertussen gaat de opleiding verder. Alle (stereotiepe) mishandelingen van zijn oversten ten spijt, wordt Swoff opgeleid tot sniper in een elite-afdeling van de marines. De overige leden van deze unit zullen de rest van de film aan Swoffs zijde “vechten”.
Dan volgt de eerste belangrijke scène, een plotpoint. Eigenlijk volgt het plotpoint na deze scène, maar ik vond ze het vermelden waard, temeer omdat het volgens mij een hommage is aan Stanley Kubrick’s Full Metal Jacket.
We zien de marines tijdens alweer een andere trainingsopdracht. Hun commandant roept hen allerlei bevelen toe, terwijl zij door de modder moeten kruipen, onder prikkeldraad, zonder hun wapen nat te maken. Om het geheel nog wat interessanter te maken is er een andere marine, die naast de commandant staat, en met een zwaar machinegeweer een beetje “live rounds” boven de hoofden van de marines leegschiet.
Net zoals in Full Metal Jacket slaat er ook een marine door, hij wil niet doorkruipen, hij stort in. Helemaal in paniek wil de man rechtspringen, maar nog voor hij halverwege is, krijgt hij een kogel door zijn kop.
Vlak hierna worden Swoff en zijn teammates samen met een hele hoop andere militairen naar het middeloosten gestuurd om te gaan vechten in “Operation Desert Storm”, vandaar dat ik deze scène als een plotpoint bestempel, ze kondigt het begin van de verdere “suck” (kloterij) aan.
Vanaf dan geeft Jarhead je een heel ander beeld van oorlog dan dat je van de meeste films gewend bent. Als ik een genre zou moeten geven voor deze film, dan zeg ik zo oorlogsfilm, want het is een film die over oorlog gaat, maar niet in de klassieke zin van het woord.
Iemand noemde deze film de Full Metal Jacket van deze generatie, en daar ben ik het mee eens, in de zin dat hij zowel de positieve kanten van de oorlog geef (dat zijn er heel weinig, op misschien een soort rush na), maar ook onverbloemd de negatieve. Er is echter ook een belangrijk verschil met Full Metal Jacket , en dat is dat deze film over waargebeurde feiten gaat, dat het het verhaal is van een echt persoon, die zijn gedachten en belevenissen opschreef. Die belevenissen spelen zich trouwens ook af in een andere tijd, op een andere plaats, en met andere technologie.
Terug naar het genre, en misschien ook het verhaal van deze film. Het is een film over oorlog, maar we zien de personages nooit vechten tegen menselijke vijanden.
De vijanden van Swoff en zijn kameraden zijn de hitte en de onmenselijke omstandigheden. Ze moeten uren door de woestijn sloffen, op zoek naar vijanden die er niet zijn, of ze moeten brandende olieputten uitdoven, die de Irakezen in brand hebben gestoken.
Even terzijde: deze scenes met de brandende olieputten zijn echt magnifiek. Enorme brandende vuurpluimen braken inktzwarte wolken uit, en lijken wel het einde van de wereld aan te kondigen.
Swoff prevelt nog net “the earth is bleeding” voordat hun team op deze brandende olieputten af wandelt, terwijl de olie uit de hemel regent. Deze (meesterlijke) scenes deden me trouwens denken aan de scenes met Kolonel Kurtz in Apocalypse Now, of het napalmbombardement uit diezelfde film, die op dezelfde manier de hel die een oorlog is uitdrukken.
Swoff en zijn kornuiten moeten ook vechten tegen paranoia en onrust, de vijand is dan wel niet te zien, hij zit mogelijk wel achter de duin achter de horizon.
Maar ook onrust over vrouwen en meisjes, die natuurlijk na de (veel langer dan verwachte dienstijd van hun mannen) allang aan het vreemdgaan slaan.
Zo sleept (slepen is niet negatief bedoeld hier) de film zich verder, en het enige “dramatische doel” dat iedereen in deze oorlog lijkt te hebben is: “Don’t go crazy”.
Iedereen in het team heeft zijn eigen soort tragedie.
Swoff wordt verscheurd door het feit dat hij z’n vriendin kwijt is, en hij wil gewoon zo snel mogelijk weer weg uit de shit.
Fergus, een standaard “nerd” die nog bij zijn moeder, vader en grootouders thuis woonde trekt zich in zichzelf terug, en luistert naar kersttapes, die zijn oma hem toestuurt.
Dan is er nog Troy, de “spotter” van Swoff, die eigenlijk als enige van het team wél wil vechten. Zijn tragedie schuilt in het feit dat hij eigenlijk een veroordeeld crimineel is, en daarover heeft gezwegen op zijn solicitatie. Hij wordt dan ook (hoewel hij de enige is die niet weg wil uit het leger) ontslagen bij het einde van operation Desert Storm.
De grootste vijand van alle marines is echter de verveling. In operation Desert Storm betekenen marines niks. Zoals een soldaat het in deze film zegt: “This war moves tof ast for us”. Deze oorlog werd uitgevochten met satelliet-images, carpetbombing, en langeafstandsraketten. In tegenstelling tot wat CNN en anderen het Amerikaanse volk proberen wijs te maken, is er voor de marines geen zak te doen, buiten zich rot vervelen, en in het beste geval als kanonnenvoer te dienen.
De romantische “heroiciteit” van de elite-mariniers (“What’s the most deadliest weapon in the world?, A marine and his rifle”) is in geen velden of wegen te bekennen.
Naast niet gek worden vecht iedereen dus tegen de verveling, en Swoff vat zijn activiteiten meesterlijk samen:
“For most problems the Marine is issued a solution. If ill, go to sickbay. If wounded, call a Corpsman. If dead, report to graves registration. If losing his mind, however, no standard solution exists.
Suggested techniques for the marine to use in the avoidance of boredom and loneliness. Masturbation. Re-reading of letters from unfaithful wives and girlfriends. Cleaning your rifle. Further masturbation. Re-wiring Walkman. Arguing about religion and meaning of life. Discussing in detail, every woman the marine has ever fucked. Debating differences, such as Cuban VS Mexican, Harlys VS Hondas, left VS right-handed masturbation. Further cleaning of rifle. Studying the mail-order bride catalogue. Further masturbation. Planning a marine’s first meal on return home. Imagining what a marine’s girlfriend and her man Jody are doing in the ally or in a hotel bed.”
Waneer de film dan eindelijk tegen zijn einde loopt, lijken Swoff en Troy dan toch eindelijk een missie te krijgen die hun elite-status waard is.
Ze moeten een hooggeplaatste oficier een kogel door de kop jagen.
Ze sjokken een dag door de woestijn, en wachten dan nog eens 10 uur voordat ze eindelijk de man in hun vizier krijgen, en in één schot de helden van hun platoon kunnen worden.
Dan valt er echter ineens een luchtmachtcommandant binnen die de hele toren met een squadron carpet-bombers de vernieling injaagt.
Zowel Swoff als Troy slaan volledig door, deze scène is tegelijk de climax en anticlimax van de film.
Climax in de zin van de waanzin die ten top gedreven wordt, een anticlimax in de zin dat we, samen met Swoff en Troy nog altijd niet de “rush”, de “romantiek” (verkeerd woord, je sais) van de oorlog hebben meegemaakt.
Troy en Swoff trekken daarna te voet (ze misten hun pickup) terug naar het base-kamp, waar op dat moment een enorm beestig feest aan de gang is, men viert het einde van de oorlog, of hij nu gewonnen of verloren, nuttig of overbodig was, wordt in het midden gelaten.
Het maakt niet uit, hij is gedaan, en dat is al wat telt voor de marines.
In de laatste minuten zie je nog enkele zeer korte shots van het leven na deze oorlog, maar het belangrijkste is de premisse, die Swoff ook al uitsprak aan het begin van de film, maar die je als kijker alleen maar snapt na het kijken van de film.
Whatever else he may do with his life-build a house, love a woman, change his son’s diaper-he will always be a jarhead. And all the jarheads killing and dying, they will always be me. We are still in the desert.
Of: De waanzin van om het even welke oorlog leidt altijd tot persoonlijke waanzien voor iedereen die er aan deelnam….
Al bij al een geweldige aanrader, misschien is het inderdaad de film die de titel “Full Metal Jacket van zijn generatie” verdient…





